
Natuurgeneeskundige geneeswijzen bestaan al zolang er mensen zijn. In de oudheid werd er gebruik gemaakt van de genezende krachten van kruiden en werden de zelfgenezende krachten in de mens versterkt door middel van het verrichten van speciale handelingen. Handelingen die wij nu magische handelingen zouden noemen. De meeste natuurvolken maken nog steeds gebruik van deze oude kennis. In de westerse landen zijn deze kennis en gebruiken lange tijd in onmin geraakt door de opkomst van de reguliere geneeskunde. Gelukkig is oude kennis over natuurgeneeswijzen in onze en andere culturen bewaard gebleven, zodat ze heden ten dage weer toegepast kunnen worden.
Natuurgeneeskunde is een op zichzelf staande manier van genezen, maar kan ook goed dienen ter ondersteuning van of aanvulling op de reguliere geneeskunde. Het verschil tussen natuurgeneeskunde en reguliere geneeskunde bestaat uit het werken vanuit een verschillende visie. Een reguliere arts ziet ziekte over het algemeen als een niet goed functioneren van een van de organen van het menselijk lichaam. Hierbij worden de symptomen bestreden met chemische middelen en/of het mes. De natuurgeneeskundige werkt vanuit een visie die bestaat uit de volgende principes:
een holistische mensvisie: de mens is een ondeelbaar geheel van samenwerkende systemen.
zijn deze systemen in evenwicht dan is er sprake van gezondheid.
'De natuur geneest zichzelf': het zelfgenezend vermogen van de mens
ieder mens is uniek en heeft zijn eigen verantwoordelijkheid.
de verstoring van dit evenwicht zorgt voor klachten en/of ziekteverschijnselen.
bij de behandeling staatgaat het in eerste instantie om "Primum non nocere" (als eerste nooit schaden (Hippocrates)).
de behandeling omvat de hele mens, dus psyche en lichaam.
de zelfgenezende vermogens van de mens worden ondersteund en gestimuleerd.
de humoraalpathologie.
voor de natuurgeneeskundige gelden ethische regels, waaronder het beroepsgeheim en respect voor het leven.